Sensorische informatieverwerking

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Sensorische informatieverwerking

Zintuiglijke prikkelverwerking (SI) is een neurologisch proces waarbij prikkels vanuit de omgeving en vanuit het lichaam verwerkt worden om te komen tot doelgerichte handelingen in het dagelijks leven. Het vormt de basis van de motorische ontwikkeling bij kinderen en draagt bij aan de ontwikkeling van de taal en het leren op school en het zelfvertrouwen van kinderen. Iedereen heeft zijn eigen patronen van zintuiglijke prikkelverwerking. Dit heeft invloed op en wordt beïnvloed door de neurologische verbindingen in de hersenen en vormen daarmee de basis van hoe we ons gedragen. Wanneer we gedrag willen beïnvloeden zijn we dus eigenlijk bezig om andere ervaringen op te doen en onze automatische gedragspatronen te doorbreken.

Wanneer zintuiglijke prikkels niet goed verwerkt worden kan dit problemen geven in bijvoorbeeld:

  • De motorische ontwikkeling, zoals problemen met de grove en fijne motoriek, bijvoorbeeld het knippen, plakken, springen en hinkelen.
  • Houdingsafwijkingen als een scoliose of gebogen houding of lichamelijke klachten als nekpijn en rugklachten.
  • Het aanleren van vaardigheden als fietsen, eten, slapen, schrijven en aankleden.
  • Het opbouwen van een adequate werkhouding om te komen tot leren.
  • De sociaal-emotionele ontwikkeling en het ontwikkelen van zelfvertrouwen.
  • Het aanleren van zelfregulerende vaardigheden zoals het reguleren van emoties, het plannen van je taken en het gestructureerd uitvoeren van taken.
  • Probleemsituaties in de opvoedingscontext zoals huilbaby’s, heel drukke kinderen of juist kinderen die zich meer op de achtergrond houden. En die daarmee een grote invloed hebben op een gezinssituatie.

Samenwerking en afstemming met de omgeving

Een belangrijk aspect wat in de begeleiding naar voren komt is het reguleren van de alertheid (arousel). Dit kan vanuit de zintuigen en de bijbehorende emoties van het kind zelf. Maar de omgeving van een kind speelt hierin een grote rol. Ieder kind heeft een interactie met zijn omgeving zoals zijn ouders/verzorgers, leerkracht en andere betrokkenen. De alertheid van mensen draagt bij aan het al dan niet oppakken van prikkels op de omgeving of het ontstaan van overgevoeligheid voor bepaalde prikkels in de omgeving. Inzicht in het patroon waarmee kinderen reageren op hun omgeving en wat zijn gedrag doet met andere betrokkenen in zijn omgeving kan daarmee helpend zijn. Dit is een wederkerige reactie tussen bijvoorbeeld ouders en kinderen of tussen een kind en zijn leerkracht.

Werkwijze

Voordat er daadwerkelijk een begeleidingstraject wordt opgestart zal er eerst een gesprek met ouders/verzorgers plaats vinden om het probleem en de daarmee samenhangende factoren te bespreken en vooral welke doelen hierin belangrijk zijn.

In het onderzoek zal vervolgens gekeken worden naar de wijze waarop een kind omgaat met de prikkels vanuit de omgeving en vanuit het lichaam (interceptoren) en welke rol de alertheid van het kind hierin een rol speelt. Dit gebeurd hoofdzakelijk vanuit een motorische observatie, met ondersteuning vanuit vragenlijsten en testinstrumenten. Hierbij is er ook aandacht voor aspecten vanuit de omgeving van het kind.

Vanuit de theorie van het oplossingsgericht werken met kinderen zal hoofdzakelijk gekeken worden naar welke vaardigheden kinderen aangeleerd kunnen krijgen om zich beter aan te kunnen passen aan de situatie waarin het probleemgedrag zich voordoet. Hierbij kan het gewenst zijn om met andere disciplines samen te werken om tot een betere begeleiding te komen. Er wordt daarbij zo min mogelijk gekeken naar onderliggende stoornissen en problemen, maar vooral te kijken naar de toekomst en de focus op wat hierin nodig is.